top of page
Zoeken

Executieve functies en faalangst bij middelbare scholieren: waarom leren soms niet vanzelf gaat.

2 okt
6 minuten om te lezen

De eerste toetsen van het schooljaar zijn gemaakt. De eerste cijfers komen binnen. En misschien herken je het wel: je kind heeft geleerd, maar het resultaat valt tegen. Of het leren komt steeds maar niet op gang. De planning wordt niet gemaakt, huiswerk wordt uitgesteld en een toets zorgt voor steeds meer spanning.


Als ouder vraag je je misschien af: Kan mijn kind het niet, wil mijn kind het niet of weet mijn kind gewoon nog niet goed hoe het moet?


Dat laatste komt vaker voor dan je misschien denkt.

De middelbare school vraagt namelijk behoorlijk wat van jongeren. Ze moeten steeds zelfstandiger worden, hun huiswerk plannen, leren voor verschillende vakken, deadlines in de gaten houden en omgaan met toetsen en cijfers. Tegelijkertijd zijn de hersenen nog volop in ontwikkeling. Daarbij kunnen executieve functies en faalangst een belangrijke rol spelen.


Wat zijn executieve functies?

Executieve functies zijn vaardigheden die je nodig hebt om je gedrag en je gedachten doelgericht te sturen. Ze helpen je bijvoorbeeld om een taak te plannen, te beginnen, vol te houden en af te maken. Voor een middelbare scholier zijn deze vaardigheden ontzettend belangrijk.

Denk bijvoorbeeld aan:

  • plannen en organiseren;

  • prioriteiten stellen;

  • een taak op tijd starten;

  • je aandacht bij een taak houden;

  • omgaan met afleiding;

  • een grote taak opdelen in kleinere stappen;

  • schakelen tussen verschillende taken;

  • jezelf controleren;

  • inschatten hoeveel tijd iets kost;

  • je aanpak aanpassen als iets niet werkt.


Deze vaardigheden ontwikkelen zich niet ineens op het moment dat een kind naar de middelbare school gaat. Ze worden gedurende de tienerjaren nog volop verder ontwikkeld.

Het is daarom niet vreemd wanneer een leerling bepaalde vaardigheden nog lastig vindt.


"Maar hij kan het toch gewoon?"

Misschien herken je deze situatie.

Je kind begrijpt de uitleg tijdens de les. Als je ernaar vraagt, kan het vertellen wat het moet doen. Maar zodra het thuis aan de slag moet, gebeurt er weinig.

"Ik doe het straks wel."


En voor je het weet is het avond.


Of je kind begint pas de dag voor de toets met leren en raakt vervolgens volledig gestrest omdat er nog zoveel moet gebeuren.


Dat betekent niet automatisch dat je kind lui is of geen motivatie heeft.

Een taak kan lastig zijn omdat een jongere nog niet goed weet waar en hoe te beginnen.


Een zin als "Je moet gewoon eerder beginnen" klinkt logisch, maar helpt niet altijd. Een jongere die moeite heeft met plannen, heeft vaak meer aan het samen aanleren van een concrete aanpak.


Bijvoorbeeld:

Niet:"Je moet nog leren voor biologie."

Maar:"Welke onderdelen moet je kennen? Wanneer ga je die leren? Hoeveel tijd heb je daarvoor nodig? En hoe controleer je of je de stof beheerst?"


Dat zijn vaardigheden die je kunt oefenen en leren.


Leren is niet hetzelfde als leren leren

Een veelvoorkomende misvatting is dat een leerling die onvoldoende presteert simpelweg meer moet leren. Maar meer leren is niet altijd de oplossing.


Een leerling kan uren boven een boek zitten en toch weinig onthouden. Misschien wordt de stof alleen maar opnieuw gelezen. Misschien weet de leerling niet welke onderdelen belangrijk zijn. Of misschien wordt er onvoldoende geoefend met het ophalen van de kennis.


Leren leren betekent onder andere dat een jongere leert:

  • wat er geleerd moet worden;

  • hoe je een planning maakt;

  • wanneer je moet beginnen;

  • hoe je leerstof actief verwerkt;

  • hoe je jezelf kunt overhoren;

  • hoe je kunt controleren wat je al beheerst;

  • hoe je je aanpak kunt aanpassen als iets niet werkt.


Het doel is uiteindelijk niet dat een ouder iedere avond naast zijn kind moet zitten.

Het doel is dat een jongere steeds meer leert om dit zelfstandig te doen.


En dan komt er ook nog faalangst bij kijken.

Naast problemen met plannen en leren kan ook spanning rondom schoolprestaties een rol spelen.

Een kind kan bijvoorbeeld denken:

"Wat als ik een onvoldoende haal?"

"Iedereen gaat het beter doen dan ik."

"Mijn ouders zullen teleurgesteld zijn."

"Ik kan dit toch niet."


Een beetje spanning voor een toets is normaal. Maar wanneer spanning een jongere belemmert om goed te functioneren, kan dit erg vervelend worden.

Sommige jongeren stellen het leren bijvoorbeeld steeds uit omdat de toets zoveel spanning oproept. Andere jongeren leren juist heel veel, maar raken tijdens de toets geblokkeerd.


Ze zeggen achteraf:

"Ik wist het thuis wel, maar tijdens de toets was alles weg."


Faalangst kan zich dus op verschillende manieren uiten.


Executieve functies en faalangst kunnen elkaar beïnvloeden.

Plannen, leren en omgaan met spanning staan niet helemaal los van elkaar.

Stel dat een leerling moeite heeft met plannen. Daardoor wordt het leren steeds uitgesteld. Vervolgens is er vlak voor de toets nog ontzettend veel te doen.


De tijdsdruk neemt toe.


De spanning loopt op.


En de gedachten worden steeds negatiever:

"Dit gaat nooit lukken."

"Ik heb veel te weinig geleerd."

"Ik ga een onvoldoende halen."


Tijdens de toets kan die spanning vervolgens opnieuw een rol spelen.

Dit betekent niet dat problemen met executieve functies automatisch leiden tot faalangst. En ook heeft niet iedere jongere met faalangst problemen met plannen.

Maar het laat wel zien waarom het belangrijk is om verder te kijken dan alleen het cijfer.


Een onvoldoende is informatie.

Een onvoldoende kan voor een jongere behoorlijk hard aankomen.

Maar in plaats van alleen te kijken naar het cijfer, kun je samen onderzoeken wat er precies is gebeurd.


Was de leerstof niet goed begrepen?


Is er te laat begonnen?


Was de planning niet haalbaar?


Wist je kind niet goed hoe het moest leren?


Was er tijdens de toets veel spanning?


Of speelde er iets anders?


Een onvoldoende zegt dus niet alleen iets over het resultaat. Het kan ook informatie geven over wat een leerling nodig heeft om de volgende keer anders aan te pakken.


Dat kan een veel helpend gesprek meer opleveren dan:

"Je had gewoon beter moeten leren."


Je kunt bijvoorbeeld vragen:

"Hoe vond je deze toets?"

"Wat ging er goed?"

"Waar liep je tegenaan?"

"Hoe had je geleerd?"

"Wat zou je de volgende keer anders kunnen doen?"


Zo wordt een onvoldoende geen oordeel over je kind, maar een aanleiding om samen te kijken wat er nodig is.


Hoe kun je je kind helpen?

Als ouder kun je een jongere ondersteunen door niet alles over te nemen, maar juist samen te kijken naar de vaardigheden die nog ontwikkeld moeten worden.


Een paar vragen kunnen daarbij helpen:

  • Weet mijn kind hoe het moet leren?

  • Kan mijn kind zelf een realistische planning maken?

  • Lukt het om op tijd te beginnen?

  • Kan mijn kind een grote taak opdelen?

  • Weet mijn kind wat het lastig vindt?

  • Kan mijn kind omgaan met een tegenvallend cijfer?

  • Is er sprake van veel spanning rondom toetsen?

  • Heeft mijn kind vertrouwen in zichzelf?


Soms is een beetje ondersteuning thuis voldoende.

Maar soms blijven dezelfde problemen terugkomen. Dan kan het prettig zijn als iemand van buitenaf meekijkt.


Huiswerkbegeleiding: meer dan alleen huiswerk maken

Bij PuurJij kindercoaching richt huiswerkbegeleiding zich niet op het maken van huiswerk. Het gaat juist om het ontwikkelen van vaardigheden waarmee een jongere steeds zelfstandiger kan worden.


We oefenen bijvoorbeeld met:

  • plannen

  • organiseren

  • prioriteiten stellen

  • starten

  • leren leren

  • overzicht houden

  • zelfstandig werken

  • zelfvertrouwen opbouwen


Daarbij kijken we naar wat een jongere al kan en waar nog ondersteuning nodig is.

Het doel is niet om het huiswerk van je kind over te nemen.

Het doel is om je kind te helpen ontdekken:

"Hoe kan ik dit zelf aanpakken?"


Wil je meer weten over het verschil tussen bijles en huiswerkbegeleiding? Lees dan deze blog: https://www.puurjijkindercoaching.nl/post/bijles-of-huiswerkbegeleiding-wat-past-bij-jouw-kind


Faalangsttraining: meer vertrouwen in jezelf

Bij faalangsttraining kijken we naar wat er gebeurt rondom spannende situaties en prestaties.


Welke gedachten heeft een jongere?


Wat gebeurt er wanneer de spanning oploopt?


Hoe reageert je lichaam?


Welke verwachtingen heeft je kind van zichzelf?


En hoe kun je leren om op een andere manier met spanning en fouten om te gaan?


Het doel is niet dat een jongere nooit meer zenuwachtig is. Spanning hoort soms bij iets wat belangrijk voor je is. Het doel is dat een jongere leert dat spanning er mag zijn en ontdekt hoe hij of zij er beter mee om kan gaan.


Je hoeft het niet allemaal al te kunnen.

De overgang naar de middelbare school is een grote stap. Van jongeren wordt steeds meer zelfstandigheid verwacht, terwijl ze die vaardigheden nog volop aan het ontwikkelen zijn.

Niet ieder kind weet vanzelf hoe je moet plannen, hoe je effectief leert of hoe je met spanning rondom toetsen omgaat.


En dat is geen probleem.

Je hoeft het nog niet te kunnen om het te kunnen leren.


Loopt jouw kind vast met plannen, leren, huiswerk of toetsen? Dan kijk ik graag samen met jou en je kind wat er speelt en welke begeleiding passend kan zijn.


Bij PuurJij kindercoaching bied ik huiswerkbegeleiding en faalangsttraining voor jongeren.


De begeleiding is persoonlijk, praktisch en afgestemd op wat jouw kind nodig heeft.


Wil je eens overleggen of begeleiding bij jouw kind past? Neem gerust contact met mij op voor een vrijblijvend kennismakingsgesprek.

 
 
 

Opmerkingen


© 2023 PuurJij          Kvk: 86379755            Btw-identificatienummer: NL004238514B55 

Logo van Adiona, beroepsvereniging voor kindercoaches, die staat voor professionele en deskundige begeleiding voor kinderen
bottom of page